De psychologie achter een kindertekening

In het vorige hoofdstuk hebben we gekeken naar de ontwikkeling van tekenen bij kinderen. Nu kunnen we ons de vraag stellen: wat is een tekening eigenlijk? Het is helder dat een tekening bestaat uit een hoeveelheid tekens op een plat vlak.

Sommige tekeningen bestaan uit alleen wat krabbels en anderen laten afbeeldingen zien die echt iets voorstellen.

Psychologen willen heel graag het tekenen van kinderen begrijpen en verklaren. Uit onderzoek blijkt dat de informatie in een tekening door drie factoren wordt bepaald:

  1. De hoeveelheid kennis die kinderen van een bepaald onderwerp hebben.
  2. Hun gedachten over welke delen van die informatie belangrijk zijn om weer te geven.
  3. Het vermogen om een tekening te maken waarin die informatie voorkomt.

We moeten voorzichtig zijn in het trekken van conclusies over de kennis van kinderen op basis van de informatie in hun tekeningen. Gardner (1980) vermeldt dat zijn zes jaar oude dochter de armen van een mens halverwege het lichaam tekende. Uit gesprekken met haar kwam hij erachter dat zij best wist dat armen aan de schouders bevestigd zijn. Ze had er weinig moeite mee om de armen te verplaatsen als haar dat gevraagd werd. Toch koos ze er voor om in tekeningen die zij daarna maakte de armen weer in het midden van het lichaam te tekenen. Zij vond het leuk om de armen zo te tekenen. Dit meisje kon dus best een mens maken met de armen aan de schouders, maar vond het gewoon niet leuk om te doen (Glyn, 2000).

Een tekening is geen chronisch verhaal over hoe en wat, wanneer en waarom. Dat komt omdat er tijdens het tekenen allerlei psychische invloeden een rol spelen. Herinneringen en gedachten uit het heden en het verleden, beelden uit het bewuste en uit het onbewuste komen naar voren. Een tekening heeft als het ware verschillende lagen.

De eerste laag van de kindertekening is de realiteit: wat er op een tekening staat is een poging de realiteit af te beelden, zoals het huis waar het kind woont, een persoon die het kent of de (gewelds)situatie die het kind heeft beleefd. De tekening is dan een soort foto, een momentopname. De tweede laag is de emotionele betekenis: de betekenis die het heeft met de personen of met de situatie waarover het getekend heeft. Meestal kan het kind hier zelf iets over vertellen. De derde laag gaat dieper: de onbewuste aspecten van relaties en situaties geeft het kind symbolisch weer.

Ten slotte zijn er de universele aspecten van een kindertekening.
Daarmee wordt bedoeld dat alle kinderen op een bepaalde leeftijd en in bepaalde psychische ontwikkelingsfase vormen, lijnen en onderwerpen tekenen. Het is belangrijk om de normale ontwikkeling van kindertekeningen te kennen voordat opmerkelijke zaken, afwijkingen of signalen (waaronder die van Huiselijk Geweld) te herkennen zijn. Net zoals een huisarts eerst de lichamelijke gezonde toestand van het lichaam moet weten voordat hij afwijkingen of blauwe plekken kan herkennen als een signaal dat er iets niet in orde is.

Coaches zien vaak wel de eerste laag, maar zien de tweede en derde laag over het hoofd. Terwijl dit juist zo belangrijk is. Waarom heeft een kind bepaalde dingen zo getekend? Welke relatie heeft het met de personen die het heeft getekend? Etc. (Foks-Appelman, 2004).